[MSN] alarmopvolging musea bij inbraak en brand
MSN
msn-list at te.verweg.com
Sat Apr 19 09:30:14 CEST 2008
Sinds 1 april hanteert de politie nieuwe regels bij de alarmopvolging van
elektronische alarmen.
Alarmen uit beveiligingsystemen dienen eerst geverifieerd te worden voordat
de politie mag worden gebeld. Blijkt bij verificatie dat er werkelijk sprake
is van inbraak dan zal de politie aan de alarmopvolging prioriteit 1 geven
en snel ter plekke zijn.
De politie wil overigens wel dat er binnen een kwartier een sleutelhouder
aanwezig is.
Na dat kwartier zal de politie weer vertrekken. De eigen alarmopvolging is
dus ook heel belangrijk. Dit geldt overigens niet alleen voor inbraakalarmen
maar zeker ook voor brandalarmen. Zowel de politie als de brandweer - denk
aan de collectie - kan alleen adequaat de alarmen opvolgen wanneer het
museum in staat is te zorgen dat de externe en de eigen alarmopvolging
naadloos op elkaar aansluiten.
Door deze nieuwe regels is ineens het focus gekomen op de alarmopvolging. De
alarmopvolging is echter altijd al een zeer belangrijk onderdeel geweest van
de beveiliging(sorganisatie). Dat geldt zowel tijdens openingsuren als
buiten die uren.
Belangrijk is te bepalen wat precies van die alarmopvolging verwacht wordt.
Enkele voorbeelden:
Doel alarmopvolging bij inbraak:
1. volledig voorkomen van diefstal bij een inbraak
2. voorkomen dat bij een inbraak grote delen van de collectie gestolen
worden
3. er voor zorgen dat na een inbraak een timmerman gewaarschuwd wordt om
kapotte ramen en deuren provisorisch te dichten.
Het zal duidelijk zijn dat deze drie opties heel verschillende eisen stellen
aan de bouwkundige inbraakwerendheid, aan de elektronische signalering en
aan de alarmopvolging. Wanneer de eerste optie het doel is dan zal de
bouwkundige weerbaarheid zodanig moeten zijn dat er een vertraging is die de
alarmopvolgingsorganisatie voldoende tijd gunt adequaat te reageren.
Die alarmopvolging wordt aangestuurd door de elektronische
inbraaksignalering. Deze signalering moet daarom in een zo vroeg mogelijk
stadium plaatsvinden. Investering in bouwkundige weerbaarheid heeft een
beperkt nut wanneer inbrekers pas elektronisch gedetecteerd worden nadat ze
binnen zijn (bij optie 2 en 3 kan met inpandige alarmering volstaan worden,
maar bij optie 1 niet).
De politie heeft tussen enkele en 15 minuten nodig om bij prioriteit 1 voor
te rijden. Die tijd wordt door eigen verificatie ter plekke onacceptabel
vertraagd indien het doel is een succesvolle diefstal bij inbraak te
voorkomen.
Er zal dus zodra een elektronisch signaal gegenereerd wordt onmiddellijk
vanuit de particuliere alarmcentrale verificatie moeten plaatsvinden. Dat
kan via cameras of microfoons. De politie accepteert ook technische
verificatie op afstand. Met technische verificatie op afstand wordt bedoeld
dat er meerdere alarmen gegenereerd worden die elkaar binnen maximaal 5
minuten opvolgen en binnen de topografie van het gebouw op elkaar
aansluiten.
Het zal duidelijk zijn: de inbrekers zijn dan al binnen. Het is nu eenmaal
inbrekers eigen dat ze niet lang binnen blijven tenzij ze zeker weten dat
het inbraakmeldsysteem niet functioneert (het Westfries Museum scenario;
daar werden de bewegingsmelders overdag afgeplakt waardoor de inbrekers
ongemerkt hun slag konden slaan).
Bij technische verificatie op afstand is de alarmopvolging in het nadeel.
Dus: als een diefstal bij inbraak succesvol verijdeld moet worden dan moet
aan een aantal eisen worden voldaan waarbij de maximale (?)
alarmopvolgingstijd van 15 minuten door de politie uitgangspunt moet zijn.
In de eerste plaats moet de bouwkundige weerbaarheid minimaal 15 minuten,
maar liever nog enkele minuten langer, zijn.
Die weerbaarheid hoeft niet alleen in de buitenschil van het gebouw te
worden gerealiseerd, maar kan ook bereikt worden via een combinatie van
inbraakwerende buitenschil en inpandige compartimentering. Het gaat erom dat
de te stelen goederen pas na 15 minuten bereikt kunnen worden.
Een aanval op de inbraakwerendheid moet in een zo vroeg mogelijk stadium
worden gesignaleerd door elektronische signalering op de buitenschil van het
gebouw of buiten de inpandige inbraakwerende compartimenten. De alarmen
moeten op afstand vanuit een PAC geverifieerd kunnen worden.
De eigen alarmopvolgingsorganisatie moet in staat zijn binnen 15 minuten
nadat het alarm de PAC bereikte ter plekke te zijn.
Om dit alles te realiseren zal geïnvesteerd moeten worden in:
1. bouwkundige weerbaarheid
2. elektronische signalering
3. verificatie op afstand door middel van cameras en of microfoons.
De vernieuwde risicoklasse-indeling spreekt in de hoogste risicocategorie
over een inbraakwerendheid van 10 minuten. Dit zal in de praktijk niet
altijd voldoende zijn. De te realiseren bouwkundige inbraakwerendheid zal
moeten worden vastgesteld op basis van een analyse van de alarmopvolging. Zo
lang die alarmopvolging meer tijd in beslag neemt dan inbrekers nodig hebben
om hun buit te vergaren hebben investeringen in bouwkundige weerbaarheid en
elektronische signalering een beperkt nut.
Het is duidelijk dat er hoge eisen moeten worden gesteld aan de bouwkundige
weerbaarheid, de elektronische signalering, de verificatie op afstand en de
alarmopvolging om pogingen tot inbraak met diefstal succesvol te verijdelen.
Indien de waarde van de collectie dit rechtvaardigt moeten die hoge eisen
verwezenlijkt worden.
Er zijn meer maatregelen nodig om de inbrekers af te schrikken. Hierbij kan
gedacht worden aan het automatisch schakelen van de verlichting bij alarmen
en de installatie van een doordringend luidalarm, gedacht kan worden aan een
inpandige sirene van minimaal 120Db en, indien mogelijk, de installatie van
een mistgenerator.
Alarmopvolging bij brand
In heel Nederland werken erfgoedbeheerders in regionale projecten
gezamenlijk aan de optimalisering van de calamiteitenplannen waarbij
uitgebreid aandacht wordt besteed aan de collectiehulpverlening. Hier geldt
ook dat de eigen alarmopvolging naadloos moet aansluiten op die door de
brandweer.
Indien de eigen organisatie snel ter plekke kan zijn wordt de kans om
collectieobjecten te redden bij een brand groter. Analoog aan de rol van de
BHV organisatie - eerste bereddering en gidsen van de brandweer - kan de
collectiehulpverlening (CHV) de brandweer van informatie voorzien bij het
beredderen van de collectie en mogelijk zelf een rol vervullen - mits de
omstandigheden dat zonder gevaar voor mensen toelaten - bij het in
veiligheid brengen van collectie.
Dit betekent dus dat de eigen alarmopvolging niet alleen bij inbraak maar
ook bij brand moet zijn afgestemd op de alarmopvolging door externe
partijen.
Belangrijk is dat vooraf nagedacht is over de prioriteitenstelling bij de
bereddering van de collectie. Deze prioritering moet bepaald worden aan de
hand van een aantal criteria:
1. de continuïteit van de bedrijfsvoering;
2. de waarde (het belang) van individuele collectieobjecten;
3. de vervangbaarheid;
4. de haalbaarheid, snelle verplaatsbaarheid;
5. kwetsbaarheid;
6. eigen collectie versus bruiklenen.
Het is niet juist er bij voorbaat vanuit te gaan dat bij een brand geen
enkele beredderende actie kan worden ondernomen. Dat hangt namelijk helemaal
af van de beheersbaarheid en de locatie van de brand.
Indien een brand boven in een gebouw ontstaat is er vaak veel tijd om uit
lagere gebouwdelen objecten te redden. Dat bleek april 2008 bij de brand in
het Schutterijmuseum in het Limburgse Steyl en in 2004 bij de brand in de
Anna Amalia bibliotheek in Weimar.
De brand in het Armandomuseum oktober 2007 in Amersfoort ontstond in de
dakconstructie. Indien er op dat moment medewerkers van het museum aanwezig
waren geweest was er een grote kans geweest dat meerdere schilderijen in
veiligheid waren gebracht.
Het spreekt vanzelf dat zowel voor diefstal als brand geldt dat de aandacht
in eerste instantie uit moet gaan naar preventie.
Een snelle alarmopvolging, op basis van een adequaat en regelmatig geoefend
calamiteitenplan, kan schade aan de collectie voorkomen of in ieder geval
beperken.
Ton Cremers
toncremers at museumbeveiliging.com
http://www.museumbeveiliging.com
http://www.museum-security.org
http://www.handboekveiligheidszorgmusea.nl
More information about the MSN-list
mailing list